Iedereen heeft wel terugkerende dromen. Vallen, vliegen, of dat je tanden eruit vallen… Onze hersenen komen met de meest bizarre taferelen om indrukken van het wakkere leven te verwerken. Ik heb inmiddels de meeste wel voorbij zien komen, maar geen van allen hebben zoveel indruk op mij achtergelaten als Het Kantoor.
Het Kantoor is een enorm glazen kantoorgebouw met zo’n 250 verdiepingen. Binnen lijkt elke etage een soort thema te hebben: een heleboel zijn duur en modern, anderen zijn verouderd, uit verschillende tijdsperiodes, en sommigen hebben een geheel eigen kleurenpalet. Het is groots, bijna als een winkelcentrum. Een prachtige glazen lift met 250 vergulde knopjes brengt je razendsnel van de begane grond tot het superdeluxe glanzende puntje van de wolkenkrabber.
Ik mag mij vrij door het gebouw bewegen, en kan door de vele (rol)trappen moeiteloos het hele gebouw verkennen. Mensen zijn er verwelkomend en beleefd, maar druk in de weer met hun papieren. Ze lijken niet in de gaten te hebben dat ik niet in het gebouw thuishoor. Hoe hoger je gaat, hoe netter, mooier en luxueuzer het gebouw wordt. Maar toch, eenmaal helemaal boven in al die pracht en praal, ben ik er snel klaar mee. Het uitzicht is fantastisch, maar verder voelt het er saai. Ik heb er geen functie en er is niks te doen voor mij.
En dan, zoals altijd in deze droom, lokt mijn nieuwsgierigheid mij weer naar beneden.

De lift gaat maar tot de begane grond, vanaf daar moet je de trappen gebruiken. En hoe dieper je in de ondergrondse kantoorverdiepingen afdaalt, hoe versletener, stoffiger en donkerder die worden. Het weinige personeel dat je daar nog tegenkomt, kijkt je wantrouwend aan. Het voelt alsof je een deel van het gebouw binnenloopt waar je eigenlijk niet mag zijn.
In de kelder van het gebouw, diep onder de grond, kom je terecht in een soort bunkercomplex. Grote buizen kronkelen door een doolhof van slecht verlichte, betonnen gangen. Sommige leidingen lekken water, en hebben al druppelend kleine plasjes onder zich gevormd. Hier en daar zie je zware pantserdeuren naar andere gangen en ijzeren luiken met handwielen. Sommige schachten staan open, met roestige ladders die de diepte ingaan. Kettingen wiegen zachtjes aan het plafond en je hoort ergens stoom ontsnappen. Ik weet altijd dat ik daar niet mag zijn, want ik heb het gevoel dat ik er al eerder ben geweest, en ook achternagezeten…
Vanaf dit punt wisselen de terugkerende dromen van Het Kantoor in verloop. Soms word ik inderdaad achtervolgd door personeel, en moet ik mij verstoppen in een donkere gang of diepe schacht. Andere keren bereik ik de kelder niet eens, en beland vanuit een hoge kantoorverdieping weer in nieuwe dromen. Maar Het Kantoor volgt altijd het stramien van helemaal omhoog gaan, en dan toch weer proberen de lonkende, donkere kelder in te gaan.

Vandaag was de droom voor het eerst heel anders afgelopen. Ik probeerde weer af te dalen naar de kelder, toen ik mij besefte dat ik Suus bij me had (maar dat is tegenwoordig normaal geworden). Afijn, ik kwam terecht op zo’n ondergrondse, versleten kantoorverdieping, waar ik een werknemer tegenkwam die ook naar beneden moest. Hij zag eruit alsof hij uit een film kwam, uit de jaren 80: een magere, overwerkte kantoorman met een wijd overhemd en vermoeide ogen. Met een kleine afstandsbediening kon deze man het licht en bewegende platformen op de etages bedienen.
Met z’n drieën daalden wij verder af naar een verdieping die leek op een donkere, half ingestorte parkeergarage. In de glazen ruimte waar de parkeerautomaten staan, raakte ik met de kantoormuis in gesprek. Ik had daarbij niet in de gaten dat Suus op ontdekking was gegaan in de grote parkeergarage, tot ik ineens een galmende blaf hoorde, en geschrokken naar haar op zoek ging. “Pas wel op”, zei de kantoormuis met een vlakke stem, terwijl hij achterbleef.
Ik rende de donkere garage in, en zag waar Suus naar blafte: tussen het puin doemden er, vanuit het donker, 2 jaguars achter haar op. In iedere andere droom was ik al weggerend, maar dit keer reageerde ik instinctief anders: ik moest mijn hondje beschermen! Ik brulde naar de jaguars, en sprintte op een van hen af. Suus rende blaffend mee. Ik trakteerde de jaguar op een goede trap tegen zijn neus, en die trok zich terug in het donker. Die andere jaguar had ik nog niet in de gaten…

De droom kwam tot een conclusie toen die missende jaguar recht op mij af kwam fietsen. Ik besefte daardoor dat ik in een droom zat, en schoot wakker. Hoewel een beetje beteuterd, ben ik toch ben ik blij dat de droom op deze manier uiteenspatte, want na het wakkerschieten waren mijn herinneringen glashelder en heb ik Het Kantoor nog nooit zo goed onthouden en kunnen opschrijven als nu.
Normaal vergeet ik zulke intense dromen, en begin ik aan mijn ochtend zonder op de droom terug te kijken. Ik heb mij na het wakker worden soms wel vlagen herinnerd: van de kantoorverdiepingen, de lift, het luxe penthouse, de roltrappen, de drang om de kelder te ontdekken, maar pas nu besefte ik mij dat al die fragmenten uit dezelfde droom komen. Het is ook een flinke droom om te onthouden als je normaal wakker word.
Als ik er nuchter naar kijk, is Het Kantoor een collage van persoonlijke ervaringen en filmscenes. Ik zie bijvoorbeeld overeenkomsten met de stookruimte van ‘Nightmare on Elm Street’. En het is ook stiekem een hobby van mij om, als ik ergens op een locatie een afspraak heb gehad, ‘per ongeluk’ het verkeerde liftknopje in te drukken, en dan maar te zien waar ik terechtkom. Spannend! Zo heb ik al eens een verlaten verdieping van het Slotervaartziekenhuis of de bunker onder de telefooncentrale mogen verkennen.
Daarbij wil ik aanmerken dat ik de dromen over Het Kantoor wel veel eerder had dan voorgenoemde avonturen, dus het was toen ook net alsof ik regelrecht in mijn droom was gelopen. Dat waren hele vette ervaringen, en wat mij betreft ook niet de laatste, wat ‘verboden’ plekken betreft.

Volgens mij is Het Kantoor wel vooral rond dat gevoel gebaseerd: ergens mogen of moeten zijn op een vreemde locatie, maar in een gedeelte waar je eigenlijk niet mag komen. Op het moment dat ik dit schrijf zit ik niet lekker in mijn vel, en in dit soort periodes heb ik de vaak levendige dromen die altijd wel een soort correlatie hebben met wat er op dat moment speelt. Het maakt mij nieuwsgierig voor welke gedachten, herinneringen en onderdrukte emoties dat enorme kantoorgebouw nu symbool staat.
Vreemd genoeg voel ik mij verbazend lekker na deze droom over Het Kantoor. Dit gevoel van voldaanheid heb ik ook altijd als ik in het echte leven verlaten plekken of huizen heb verkend. Het maakt je hoofd leeg. Grappig dat een droom dat dan ook met je kan doen. Ik wilde die energie dan ook gelijk gebruiken en sprong achter het toetsenbord om verslaggeving te doen over deze droom, een kans die ik niet wilde missen.
Ik loop zometeen wel een extra lang rondje met Suus, dat heeft ze verdiend na haar hulp. En ik hoop dat ik Het Kantoor voorlopig niet weer hoef te bezoeken, ik heb voor nu wel weer genoeg avontuur gehad.

Alle beelden in deze blog zijn gemaakt door generatieve AI.










