Sara had mij uitgenodigd om Koningsdag te vieren. Dat doen wij op onze eigen manier. Niet in de kroeg, bij een podium of over de vrijmarkt struinen, maar in de grote gele containers die over het verkoopgebied waren verspreid. We hadden afgesproken in het park met andere vrienden en bekenden, en met andere vrijwilligers klommen wij in de eerste container.
Onvoorstelbaar wat voor goede spullen er in die containers worden gegooid: complete bordspellen, knuffels, kleding, dvd’s, radio’s, beeldschermen, elektra: alle spullen die nog verkoopbaar en in prima staat waren, maar thuis niet meer welkom, werden het slachtoffer van de makkelijkste optie op het moment dat mensen naar huis wilden.
Maar voor de doorgewinterde dumpsterdiver is dat niet erg, want je stond eigenlijk in één grote grabbelton. Het viel ons meteen op dat het allemaal spullen waren waar een ander nog heel blij van zou worden. Waarom kon het niet worden weggegeven aan arme gezinnen bijvoorbeeld? Ik moest terugdenken aan weggeefwinkels die ik in Friesland en Duitsland heb gezien. Hoeveel moeite is het als hier zo’n winkel zou zijn die deze spullen kon opvangen en uitdelen?
Het begon goed: Sara had al binnen 5 minuten een gigantische stapel Asterix & Obelix gevonden. Zonde! Toen wij bij de eerste container waren uitgesnuffeld trokken we verder naar de volgende, en herhaalden dat zo’n 4 of 5 keer. De ene bak had betere spullen dan de andere bak. Tip: de beste bakken staan bij de eindpunten van de markt, maar als er eentje dichtbij etensgelegenheden staat, dan is alles smerig en niet de moeite waard om je neus boven te houden.
Na twee kleine uurtjes rondkloten en struinen waren we wel afgetaaid, en gingen wij op zoek naar het deel van de groep die zich halverwege de containertocht had afgesplitst. Terwijl er werd gebeld om te vragen waar zij uithingen, maakte ik gebruik van die tijd om de strips, die ik de hele tijd in een bananendoos had meegetilt, over te hevelen in mijn grote legerrugzak.
Eenmaal strak ingepakt, keek ik op mijn horloge om te zien hoe laat het was. Ik zag alleen een lege pols… Kut, horloge kwijt! Ik dacht bij de laatste container al iets te voelen dat langs mijn been naar beneden viel, en had toen wel mijn jaszakken gecheckt of ik niks kwijt was, maar er niet aan gedacht om te zien of mijn horloge nog om mijn pols zat… Balen! Ik nam afscheid van de jongens en liep snel terug naar de container.

Bij de container zag ik een groepje doorgeschoten pubers staan en wist dat het een vernederende situatie zou worden. Ik besefte mij namelijk in welke positie ik mij bevond: een kerel met lang haar die midden in de nacht in een stinkende container ging graaien (helaas stond deze bij een restaurant). Ik zou 100% zeker reacties uitlokken. De jongeren vonden mij wel interessant en bleven nog lang hangen om stoer te doen en mij te bekogelen. Toch had ik het allemaal over voor dat horloge, ik was er zo aan gehecht! Het was mijn lievelingssouvenir uit Euro Disney!
Terwijl ik urenlang het onderste van de container naar boven haalde, kozen de nog feestende voorbijgangers ervoor om mij te negeren (logisch). Toch waren er ook veel nieuwsgierige mensen die oprecht hun hulp wilden aanbieden bij het zoeken, er was er zelf eentje die geld wilde geven omdat hij dacht dat ik dakloos was. De meeste reacties waren onder de eindstreep positief, het had een boel leuke en motiverende gesprekken opgeleverd.
Helaas werd het nog vervelend toen een dronken kereltje het nodig vond om aan mijn haar te gaan zitten toen ik mijn spullen inpakte om weg te gaan. Toen ik daar commentaar op had kwam hij vlak voor mij staan om te vragen wat mijn probleem was. Zijn maat, een dikke kerel met een Gucci-petje, slofte droog achter hem aan en liet hem z’n gangetje gaan.
Op het moment dat er zo’n agressieveling neus aan neus met je staat, schiet er binnen een seconde vanalles door je heen: “Kan ik hem aan? Vast wel. Maar zijn kameraad niet. Maar ik moet mij verdedigen!”. Ik balde mijn vuisten voor mijn gezicht en wachtte af wat hij ging doen. Gelukkig sprong er een dappere vrouw tussenbeide, maar kon niet voorkomen dat het mannetje alsnog mijn keel nog raakte. Een gozer die voorbij kwam zag het en vloog op zijn remmen om ons bij te staan. Het mannetje had door dat hij in de minderheid was en liep boos weg. Hij probeerde nog wel met een snoeiharde trap mijn rugzak weg te trappen, niet wetende dat die tsjokvol met stripboeken zat.
Ik bedankte mijn versterking en liep met gemengde gevoelens en trillend van de adrenaline terug naar mijn fiets. Ik was niet kwaad door het voorval, alleen moe. Moe van al die mensen. Het was niet alleen treurig om te zien wat voor goede spullen er in de containers eindigen, maar ook hoe mensen in hun kaarten laten kijken zodra ze je als een makkelijk mikpunt zien. En dan ook nog mijn mooie horloge kwijt. Wat een kutleven.
Diep in de nacht kwam ik thuis aan en pakte mijn rugzak uit om de buit te tellen: 2 cakevormen, een skeletje, een sjieke plantenpot en een prachtige stapel van 70 stripboeken! De rugzak zal wel 35 kilo hebben gewogen, ik vond ‘m al zo zwaar… Ik dacht weer aan het dronken mannetje, die hardop vloekend wegliep nadat hij met zijn dunne sneakertjes snoeihard tegen de tas had getrapt. Ik hoop dat hij er nog last van heeft gehad.
Toen ik de laatste cakevorm uit de tas haalde, gleed op de meest droge manier het horloge uit een cakevorm. Het bandje was geknapt en waarschijnlijk tijdens het overhevelen van de bananendoos in mijn rugzak zijn beland. Gelukkig liep deze beproeving goed af, maar al die moeite, tijd en vernedering in die container… Typisch een situatie waar ik in terecht kom. Maar de stripboeken zijn netjes thuisgekomen, die ga ik met Sara verdelen, en mijn neefjes krijgen ook een mooie stapel. Is alles toch niet voor niets geweest.











