Papa was met het idee gekomen om een keer samen in zijn camper te stappen, en naar Friesland te rijden. Om onze neuzen achterna te gaan, maar ook op zoek te gaan naar onze roots. Onze reisdoelen: het graf van pake & beppe (papa’s opa & oma) bezoeken, kijken of wij de mysterieuze oom Jan konden traceren en tante Netty & ome Simon bezoeken. Misschien zelfs de mummies in Wiuwert bezoeken!

Het ‘ontspannen’ weekend begon stressvol en rommelig. Door omstandigheden was ik helemaal vergeten oppas te regelen voor Suus. Gelukkig streek pa zijn hand over het hart en mocht ze mee, zolang ze maar niet door de camper ging lopen (camper blijft schoon!). Via de Afsluitdijk gingen we naar het schilderachtige boerendorpje Lippenhuizen, het startpunt van onze zoektocht.
De eerste halte was het oude huis van pake & beppe, in het midden van het boerenland waar papa als kind vroeger veel mooie avonturen heeft beleefd. Roeien, zeilen, schaatsen, hutten bouwen. Een kinderparadijs! Terwijl wij met Suus langs de vaart liepen, vertelde pa hoe hij daar vroeger met mijn tante een steigertje gebouwd voor hun bootje. Het steigertje is nu weg, maar precies op dezelfde plek staat wel een nieuw steigertje. Een mooie knipoog naar het verleden.

Na samen even te zijn weggedroomd, vervolgden wij onze trip naar de camping. Het bleek een boerencamping te zijn, met een vriendelijke eigenaar die ons verwelkomde. We waren op een koppeltje vaste gasten na, de enige gasten. Pa zette de camper op een mooie plek en gingen weer aan de wandel, richting het kerkhof van Lippenhuizen waar pake en beppe liggen.
Op een terp (ha!) staat de bijna 200 jaar oude Piterkerk van Lippenhuizen, die sinds het begin van dit jaar buiten dienst is getreden en tegenwoordig functioneel is als concertruimte. Rond het gebouw staan graven waarvan sommigen net zo oud zijn als de kerk zelf. Pa wist al waar de graven van pake & beppe waren, en liepen erheen om het prachtige stenen te bewonderen.

Ik keek even goed rond en zag ineens grafzerken die ik herkende van de website graftombe.nl, waarvan ik foto’s heb opgeslagen voor de stamboom. Rond het graf van pake & beppe bleken nog een vijftal stenen van familie te staan. Wat bijzonder dat die, ondanks de verschillende overlijdensdatums, op dezelfde plek staan!
Terug op de camping sloeg ik mijn kamp op en pa begon aan het diner: overheerlijke macaroni! Suus had een stok gevonden, en tijdens het opzetten van de tent bleef ze die stok maar voor mij voeten leggen. Lief, maar het wordt irritant als je bezig bent! Knorrig en achteloos gooide ik de stok weg en ~PLONS~, daar sprong Suus de sloot in, de stok achterna. Ooohhh neeee, duf ei, onder de douche dan maar… De tent rook die nacht lekker naar natte hond.

De volgende dag hadden wij onze pijlen gericht op het zoeken naar Oom Jan, die volgens familie een geïsoleerde en zonderlinge man zou zijn. Dit kon nog wel eens lastig worden… Onze enige aanwijzing was het adres van de ijzerwarenwinkel die hij ooit runde. Maar helaas, daar stond een nieuwbouwhuis. Dan maar het dorp onderzoeken, kijken of wij mensen van de oude garde konden tegenkomen die misschien nog van het bestaan afweten.
Maar Lippenhuizen is een klein dorp, de kroeg c.q. snackbar was gesloten op maandag en dinsdag, balen! Alleen de drankenwinkel was open, maar ja, daar vinden we geen mensen die wij zomaar konden aanspreken. Na een beetje zoeken vonden we een bejaardenhuis – misschien hadden we de mazzel dat er iemand buiten zat?

Bingo! Op een bankje achter het complex vonden wij 2 oudjes die van de zon zaten te genieten. We vroegen naar de ijzerwinkel: “Helaas, wij zijn import! Maar u kunt het aan de eigenaar de drankenwinkel vragen, die woont hier al heel lang!”. We hadden het ook kunnen weten, maar het was een leuke omweg. Ik grapte nog dat het leek alsof we een aflevering van Spoorloos aan het filmen waren.
De eigenaar van Faberwineworld woont er inderdaad al lang, maar niet lang genoeg om te weten van de ijzerwarenhandel. Hij gaf ons wel het adres van een man, dhr. Muller, die zijn leven lang al in het dorp woonde. Pa kocht een paar worsten en we vervolgden de zoektocht. Dat huis van dhr. Muller is vlak naast de locatie van de oude ijzerwarenwinkel, maar we kregen een nogal vage omschrijving van dat huis mee. We wisten niet zeker of wij het bij juiste adres stonden en waren onhandig rond aan het zoeken.

Toen daar een oudere dame kwam langsfietsen dacht ik nog: “zal ik haar aanspreken?”. Maar ik wilde niet tot last zijn in het rustige dorp. We maakten al grappen dat de buurtapp ontplofte met ons gesnuffel en gegluur in het dorp. Papa daarentegen dacht er op dat moment anders over. Hij hield de dame staande met de vraag. Helaas, ook import!
“Maar mijn man woont al heel lang in Lippenhuizen, zal ik hem voor jullie bellen?”. Nou, graag! De man aan de andere kant van de lijn wist ons te vertellen dat hij inderdaad wist wie oom Jan was: “Dat was Jan Prater. Maar die is overleden.” Ai, dat is jammer… Maar hij wist ons ook te vertellen dat de vrouw en dochter van Jan nog regelmatig door het dorp wandelden, en dat die in het naastgelegen Gorredijk wonen.
Via het internet kon ik hun adres achterhalen, en in de camper gingen we die kant op. Spannend hoor, we belden aan bij het adres, en… Niemand deed open. Nog een keer bellen, helaas was er geen beweging in het huis. We liepen om het huis naar de achtertuin, misschien dat we daar iets zagen? De lege tuin vertelde ons genoeg, hier is niemand te vinden… Teleurgesteld liepen we weer richting de camper. Wat gaan we nu doen?

Toen we langs de voordeur liepen, hoor wij ineens rommelende geluiden. Papa en ik keken naar elkaar, en toen naar de deur. Komt het nou echt daar vandaan? We kregen onze blikken niet los van de voordeur die langzaam openging. Een gezicht verscheen in de deuropening. Is dat… “Bent u Jan de Vries?”, vroeg pa. De man knikte voorzichtig. Het duurde even voordat hij ome Jan duidelijk kon maken wie wij waren, en kon met moeite het gesprek op gang houden. De indruk van de geïsoleerde en zonderlinge man werd wel een beetje bevestigd… En toch, toen de vriendelijke doch terughoudende Oom Jan over zichzelf en zijn verleden vertelde, sloeg het negatieve stereotype om naar sympathie en begrip.
Oom Jan is vroeger genaaid door zijn vrienden, om het in mijn eigen woorden te mogen zeggen. Het heeft zijn vertrouwen in mensen aangetast. En ik weet nog steeds niet waarom, maar de vriendelijke man wendde zijn blik naar mij en zei dat ik wist wat hij bedoelde. Ja, dat weet ik: spullen, geld, vertrouwen… Het is mij vaak genoeg afhandig gemaakt.
Dit was mijn enige ontmoeting met Oom Jan, maar ik mag hem nu al ontzettend graag. Niet alleen door zijn hartelijke uitstraling, maar ook omdat hij vertelde dat hij vroeger Nederlands kampioen grasbaanracen is geweest. “Mooie praatjes”, dacht ik daar nog, maar toen ik thuis op onderzoek uitging, stuitte ik op tientallen krantenartikelen die zijn deelname aan die races bevestigden. Wat vet! Als ik dit toen bij zijn voordeur had geweten, dan had ik die arme man waarschijnlijk met honderden vragen over vroeger bestookt!

Tot onze grote spijt gaf Oom Jan te kennen dat hij deze ene ontmoeting genoeg vond, en dat we het daarbij maar moesten laten. Toen we na het afscheid in de camping zaten, voelde we ons toch een beetje beteuterd. Hoewel wij deze ontmoeting als een soort familiewondertje konden aanschouwen, was het toch geëindigd in een domper.
We vervolgden onze reis naar tante Netty en Ome Simon, waar we voor het avondeten hadden afgesproken. Onder genot van een borrel vertelden we over ons avontuur. Netty had een killer pasta carbonara met salade gemaakt, en met een volle buik en mooie gesprekken op zak gingen we naar de laatste camping.
Papa had een nudistencamping geboekt, maar gelukkig mochten we onze kleding aanhouden omdat het weer nog te guur was, we waren dan ook de eerste passanten van het jaar. Heb er helaas alsnog pruimen zien hangen. De dag erop gingen we naar ‘t Haantje, waar ooit een grote ramp, goddank zonder slachtoffers, was voorgevallen.

Vanaf het Haantje gingen we naar Wolvega, waar opa Jan en ‘oude opa’*, opa Thijs hebben gewoond. In vergelijking met het pittoreske en groene Lippenhuizen, is Wolvega veel industriëler. De straat waar opa Thijs had gewoond, was ingepakt tussen een snelweg, hoogspanningsmasten en een industrieterrein. We voelden ons er niet zo thuis als in Lippenhuizen… Door alle indrukken hadden we besloten maar wat eerder naar huis te gaan. We waren doodop. De mummies in Wiuwert konden wel wachten.
Uiteindelijk heeft pa zich erbij kunnen neerleggen dat Ome Jan geen contact wil. Dat is mij nog niet gelukt, ik ben ontzettend benieuwd naar zijn races! Ik ga mijzelf moeten tegenhouden. En ondanks de grauwe sfeer in Wolvega, voel ik dat die plaats mij lonkt. De ouders van opa Thijs hadden daar vroeger een winkeltje, kan ik nog achterhalen waar die zat, en wat voor zaak was het?
De speurtocht naar Oom Jan was het hoogtepunt dat de moeite waard was om helemaal op te schijven. We hebben er natuurlijk nog veel meer beleefd, maar het zou teveel zijn om in deze blog neer te zetten. Wat een pret, hoe waardevol en bovenal supervet om dit met mijn eigen vader te mogen beleven!
Doe-tip: lees ook de blog van papa over ons avontuur: https://www.polarsteps.com/ThijsTerpstra/17246306-down-tot-memorylane-met-mike
- Shannon en ik noemden opa Thijs vroeger ‘oude opa’. Toen wij nog echt klein waren, was het verschil tussen onze 2 opa’s dat opa Thijs er ouder uitzag, dus: oude opa. Wat zal hij wel niet gedacht hebben, toen wij hem doodserieus aanspraken met “hee oude opa, waar is het speelgoed?”. Arme man, wij wisten toen niet beter… Volgens mij moest papa die logica nog helemaal aan hem uitleggen toen we daar voor het eerst mee aankwamen.










